Extase en de Boeddha

Je wilde schoonheid als een denderende trein vol wolken, vol
vol van het razende, krankzirnige, woestmakende bloed in iedere
ader van mijn bezeten lichaam, mijn mond vol van jouw ogen,
je sidderende tong tussen mijn tanden, je lichaam van lakens en
zweet, van melk en honing, aarde en lucht, ik heb je lichaam
geproefd, iedere dij en bulk en borst heb ik verzwolgen, in me
opgenomen, aan me vastgenageld, tot mijn levend lichaam gemaakt
en ik heb je als een dier genomen en ik heb je als een god genomen
want ik ben een mens en iedere steen heb ik geproefd en iedere
berg, iedere zee, ieder land en iedere rivier en iedere woestijn,
iedere wolk heb ik geproefd en ook de wolken in mijn hoofd en
deze hele idiote, uitbundige wereld heb ik stomweg in mijn maeg
gevoeld en onder mijn onmetelijke schedel en nu ben ik deze
aarde en nu ben ik deze lucht en nu ben ik god of die eenzame
meeuw uit dat schitterende boek of een tegen de muur doodgeslagen
mug,in ieder geval ben ik hier en jij, jij, jij bent hier ook en
hoe je het ook wendt of keert of bekijkt of op z'n kop zet toch moet
dit op een onverklaarbare, onzinnige manier de Hof van Eden zijn
en ook de gratis, eeuwigdurende barbecue van de hel en engelen
spelen harpmuziek voor ons en trompet en de duivel speelt opzwepende
ragtime, bebop saxofoon en hier is de rock 'n roll van de verlossing
en dit zijn wij, dit zijn wij, goddelijke goddeloze kinderen van
de eeuwigheid, stoned van esoterisch geklets, van onze
yin en yang lichamen, de mantram van onze steunende ademhaling
en hier met onze wanhopige lijven aan elkaar geklemd schieten wij door
tunnels van extase, van verwondering, verdwazing hoog, hoger tot in
een duizelingwekkende explosie van zonlicht, een verblindende zee
van duizenden melkwegen, kosmische dagen als regenboogvonken tegen
de heldere hemel en hier begint de intercity naar waar je maar wilt
en hier ligt de vruchtbare grond voor onze ontwortelde lichamen
en hier brandt het vuur voor onze verkleumde handen,
hier het leven voor onze neon-ogen, plastic woorden, onze gedachten
als onoverzichtelijke wolkenkrabbers en hier wordt haat door liefde
vernietigd, angst door wilde geborgenheid en hier groeien bloemen
uit onze mond en worden wij door klimplanten overwoekerd en worden
wij één met de aarde en worden wij één met het leven en hier
worden wij steen en plant en dier en mens tegelijk en worden wij god
want in onze harten brandt een heilig vuur en in onze waanzin
worden wij insekten met kosmisch bewustzijn en worden wij het tastende
kind, de oude wijze op de berg en onze gedachten worden wij niet,
onze gedachten worden wij nooit want ons hart rijt ons open en
doet onze lichamen uiteenspatten en maakt ons vrij, daar waar
woorden verlost zijn van hun betekenis, waar beeld en oog, klank
en oor, werkelijkheid en waarnemer één zijn en vergeef mij m'n
waanzin en vergeef mij m'n extase maar het is dít leven dat in mij
woedt, dat door mijn bloed en spieren raast, dat me gek, woest,
uitzinnig en stompzinnig gelukkig maakt en het is niet jouw
schoonheid die dit leven maakt en ook niet de mijne maar wel de
schoonheid van de weg in het vacuüm tussen onze zo vaak onbegrepen,
zo vaak niet-begrijpende lichamen van vlees en geest

 

prevnext

(c) H.J. Veenstra 2001.