de dagen zijn grote stuurloze schepen,
de nachten met geblineerde ogen houden
ademloos het onrustig lichaam vast
- welk spelend kind vindt een weg in
deze duistere holten van de chaos
waar de grens tussen liefde en wanhoop,
tussen kracht en verlies
onduidelijker is dan zelden tevoren?
de gedachten de wilde honden van de angst,
de handen gekooide vogels -
drie zwervers, met bloedende voeten
balancerend op het scherp van de snede
en iedere stap snijdt een illusie weg,
maakt ons lichter
dan de stenen in onze buik
twee kinderen met hoofden vol dromen
en een hart vol woordeloze vragen
en ik? het bijtend zout in de wonden
of sleuteldrager, raadselmeester?
(c) H.J. Veenstra 2001.